

Een korte rasbeschrijving
Land van herkomst van de originele Australian Labradoodle
De eerste Labradoodle (kruising tussen een Labradoodle en een Koningspoedel) is gefokt door Wally Conron in Australië.
Zijn doel was om de eigenschappen van de Labrador en de Poedel te combineren om zo te proberen een trainbare en allergievriendelijke blindengeleidehond te verkrijgen. Wally Conron heeft een aantal generaties Labradoodles gefokt.
Ook een boer met de naam Don Evans fokte een aantal generaties Labradoodles.
Rutland Manor en Tegan Park resp. de fokkers Beverley Manners en haar dochter Angela Cunningham hebben hun eerste Labradoodles bij Don Evans gehaald.
Door deze Labradoodles te kruisen met een aantal andere rassen hebben zij een nieuw allergievriendelijk ras gefokt dat we nu de originele Australian Labradoodle noemen. De originele Australian Labradoodle stamt dus af van de rootstock van Don Evans, Rutland Manor en Tegan Park.
Karakter
De originele Australian Labradoodle heeft een vriendelijk, open en intuïtief karakter.
De hond is heel erg op mensen gericht en bevindt zich ook het liefst in je nabijheid.
De Australian labradoodle is heel levendig maar wordt rustig zodra hij aangeraakt wordt.
De hond is absoluut agressieloos en is daarom als gezinshond heel geschikt.
De Australian Labradoodle is heel leergierig, je kunt hem echt alles leren.
Door zijn intelligentie is echter een konsekwente opvoeding wel een vereiste anders is hij zijn baas of bazin gauw te slim af.
Ook is het aan te raden om een zinvolle activiteit met de hond te doen zodat de hond zich niet gaat vervelen.
Lichaamsbouw
De originele Australian Labradoodle is een atletische, goed gespierde, compacte hond, met een in verhouding grote afgeronde kop met een medium stop.
De hond is iets langer dan zijn hoogte.
De staart is sabelvormig en wordt doorgaans laag gedragen en beweegt voortdurend zoals bij een Labrador. Een vrolijke staart wordt bij jonge honden vaak gezien. ALFA-Europe onderscheidt drie groottes:
- Large (standards): groter dan 60 cm
- Medium: tussen de 45 en 60 cm
- Small: kleiner dan 45 cm
Voortbeweging
De Australian Labradoodle heeft er plezier in zich te bewegen. Hij beweegt zich heel soepel en sierlijk waarbij het lijkt of hij over de grond danst. Hij houdt ervan om te rennen en apporteren.
Vacht
De beharing is over het gehele lichaam van gelijke lengte en de hond verliest nauwelijks haren, dat wil zeggen hij kent geen ruiperiode (dode haren moeten er wel uit geborsteld worden om klitten te voorkomen).
De hond heeft als puppy een puppy vacht. Tussen de 8 en 16 maanden krijgt hij zijn volwassen vacht dat er wel heel anders uit kan gaan zien als zijn puppyvacht. Een ondervacht is niet toegestaan, we onderscheiden de volgende vachten:
- een wollige vacht (curly wool, zoals bij een poedel),
- een open fleece vacht (hangt in golvende strengen) en
- curly fleece vacht (hangt in gedraaide strengen).
- een flat coat
Deze vacht komt niet veel voor. De vacht van deze hond met een flat coat lijkt veel op die van een Flat Coated Retriever, waarbij de lengte van de vacht niet overal even lang is.
Al deze vachttypen komen in verschillende kleuren voor. Afhankelijk van de ouderdieren kunnen in een nest kunnen verschillende vachten en/of kleuren voorkomen.
Net als alle langharige honden moet de vacht regelmatig geborsteld worden om klitten te voorkomen.
Allergievriendelijkheid
Een belangrijke eigenschap van de originele Australian Labradoodle is dat hij niet verhaart (dwz. hij ruit niet) en ook niet ruikt als een hond, ook niet als hij nat is. Mensen met een hondenallergie reageren niet of nauwelijks allergisch op de aanwezigheid van een originele Australian Labradoodle, lees verder...
Bezoek voor een uitgebreidere rasbeschrijving de website van ALFA-Europe.


De grootte van de hond
De groote van de hond wordt bepaald door de afstand tussen de schofthoogte en de grond.
De schofthoogte wordt gemeten op een rechte ondergrond aan de zijkant van de hond ter hoogte van het voorbeen, vanaf de grond tot het hoogste punt van het schouderblad.


